Bang zijn met hoge nood

Schrijf een jeugd herinnering in 50 woorden

Een schrijfopdracht van: https://melodyk.nl/tikken-5/

BANG ZIJN MET HOGE NOOD

“Kind wat zitst toch aal te wiebeln, zit oins stil!”

“Joa mor Opoe, ik mout zo neudig plasn”.

“Ist weer zowied? Wees noit zo baange. Zie dudn die niks, goi nou mor”

“Joa mor Opoe, dei stinkkooien, zie schuppen aaltied zo gloepende haard tegent holten schotje van de plee aan!

(vertaling 🙂 )

“Kind wat zit je toch te wiebelen, zit eens stil”

“Ja maar Opoe, ik moet zo nodig plassen”

“Is het weer zo ver? Ze doen je niets, ga nu maar”

“Ja maar Opoe, die stinkkoeien, ze schoppen altijd zo hard tegen het houten wandje van de wc aan”

Groningen

Een gedicht in opdracht van: https://melodyk.nl/tikken-4/

Groningen

uitgestrekte landerijen

met gele korenvelden

vrolijk blauwe wuivende korenbloemen

mijn Groninger land, mijn thuis

ik ben er geboren en getogen

ik spreek en denk in mijn taal

mijn taal, mijn dialect, mijn trots, mijn liefde

mijn gedachten, ze liggen in het mooie Groningse platteland

ik ben er geboren en getogen, ik wil er sterven.

Sinterklaas

In opdracht van: https://melodyk.nl/tikken-1/ (klik als jij ook eens mee wil doen.)

Een verhaal met een zoete herinnering uit mijn jeugdjaren.

Mijn opa en oma van moeders kant woonden in een heel klein huisje aan de rand van het Gronings dorpje waarin ik ben opgegroeid. Ik woon er trouwens nog en inmiddels al 64 jaar.

Mijn opa en oma hadden tien kleinkinderen. Omdat het echt een ieniemienie huisje was moesten wij kinderen dan op 5 december op de grond in het smalle gangetje zitten. Onze ouders zaten bij opa en oma in de kamer en hadden het altijd heel gezellig onder het genot van een glaasje jonge jenever voor de mannen en een glaasje advocaat voor de vrouwen. Het was altijd een strijd in de gang wie vooraan, en naast wie je mocht zitten. Daar zaten we dan in afwachting van Sinterklaas, eigenlijk meer van de oude buurvrouw Janna, want Sinterklaas liet de cadeautjes altijd achter bij haar. Janna was een norse vrouw, ze liep altijd met een stok. Zodoende wisten wij dat ze er aan kwam, de harde tikken die ze met de stok maakte kon je van veraf horen, dat was maar goed ook want wanneer wij kinderen bij haar in de tuin van de aardbeien snoepten stond er altijd eentje op de uitkijk die dan hard riep dat ze er aan kwam. Janna tikte dan keihard met de stok op de muur van haar huisje, zo boos was ze.

Maar op 5 december zaten wij braaf op haar te wachten, en elk jaar kwam ze en bracht alle presentjes voor ons mee. Soms tikte ze eerst een beetje boos met de stok, zodat wij nog wat rechterop gingen zitten. We wisten wat we kregen, het was elk jaar hetzelfde en toch keken we er naar uit.

Voor de jongens een rode zakdoek en voor de meisjes een klein geborduurd zakdoekje. er zaten altijd een paar van die zoete hartvormige snoepjes in gewikkeld.